Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Bedrijven in moeilijkheden en faillissement
Anish Sewbaransingh, 14/01/2022

Niet melden van betalingsonmacht aan bedrijfstakpensioenfonds verschoonbaar?

Een melding van betalingsonmacht aan een bedrijfstakpensioenfonds kan achterwege blijven indien het bedrijfstakpensioenfonds tijdig op andere wijze bekend is met de betalingsonmacht van de onderneming en de omstandigheden die daartoe hebben geleid. Zo oordeelt de Hoge Raad in zijn arrest van 24 december 2021.

Juridisch kader

Net als de meldingsplicht bij betalingsonmacht voor belastingschulden (artikel 36 invorderingswet 1990), geldt een vergelijkbaar systeem bij premieafdracht. Op grond van artikel 23 lid 2 Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf) dient een bestuurder onverwijld nadat is gebleken dat de onderneming niet in staat is tot premieafdracht melding te maken aan het bedrijfstakpensioenfonds.

Indien er melding is gemaakt is de bestuurder op grond van artikel 23 lid 3 Wet Bpf aansprakelijk als aannemelijk is dat het niet betalen van de premieafdracht het gevolg is van aan de bestuurder te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaar voorafgaand aan de melding.

Indien er geen melding is gemaakt wordt op grond van artikel 23 lid 4 Wet Bpf vermoed dat de niet-betaling aan de bestuurder is te wijten en dat de periode van drie jaar geacht wordt in te gaan op het moment waarop de onderneming had moeten melden.

Het al dan niet melden van betalingsonmacht is om deze reden zeer relevant voor de bewijspositie.

Feiten in deze zaak

Het bedrijfstakpensioenfonds stelt de bestuurder aansprakelijk voor achterstallige pensioenpremies. Tussen december 2012 en juli 2015 zijn facturen van het bedrijfstakpensioenfonds onbetaald gebleven. De bestuurder van de onderneming heeft nagelaten om op juiste wijze melding te maken van betalingsonmacht. Het bedrijfstakpensioenfonds vaardigt als gevolg hiervan enkele dwangbevelen uit.

De bestuurder komt tegen de dwangbevelen in verzet en stelt onder meer dat de meldingsplicht is vervallen, omdat het bedrijfstakpensioenfonds ruimschoots voor verzending van de eerste factuur op de hoogte was van de financiële situatie. De bestuurder en het bedrijfstakpensioenfonds hadden regelmatig en intensief overleg. Daarnaast heeft het bedrijfstakpensioenfonds zelfs een onderzoek verricht in de administratie van de onderneming.

Het hof overweegt dat het enkele feit dat het bedrijfstakpensioenfonds op de hoogte was van moeilijke financiële omstandigheden van de vennootschap, de bestuurder niet ontslaat van de verplichting om melding te maken van betalingsonmacht.

Hoge Raad

De Hoge Raad vangt aan met een behandeling van de strekking van de bepaling. De melding van betalingsonmacht strekt ertoe te bewerkstelligen dat het bedrijfstakpensioenfonds vroegtijdig bekend is met de moeilijkheden waarin de onderneming verkeert, zodat het in staat is om zijn positie in te schatten. Alsdan kunnen bijvoorbeeld nadere inlichtingen of stukken worden verlangd.

Volgens de Hoge Raad strookt het met de strekking van de melding van betalingsonmacht om aan te nemen dat deze melding achterwege kan blijven indien het bedrijfstakpensioenfonds tijdig op andere wijze bekend is met de betalingsonmacht en de omstandigheden die daartoe hebben geleid. Deze wetenschap dient dusdanig te zijn, zodat het bedrijfstakpensioenfonds op basis daarvan in staat is zich een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht en zich te beraden op de opstelling die het ten aanzien van de onderneming zal innemen.

Indien deze wetenschap bij het bedrijfstakpensioenfonds aanwezig is, behoeft ook voor volgende tijdvakken geen melding van betalingsonmacht te worden gemaakt zolang nog sprake is van een betalingsachterstand, tenzij het bedrijfstakpensioenfonds de onderneming na ontvangst van een betaling schriftelijk laat weten dat de betalingsonmacht niet langer aanwezig is.

Het oordeel van het hof dat de bij het pensioenfonds aanwezige wetenschap over de slechte financiële omstandigheden van de onderneming niet belet dat de onderneming een melding van betalingsonmacht moet doen, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het arrest van het hof wordt vernietigd.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de conclusie dat betalingsonmacht niet in alle gevallen behoeft te worden gemeld. In beginsel is een onderneming hiertoe gehouden, tenzij het berdrijfstakpensioenfonds op andere wijze bekend is met de betalingsonmacht.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Anish Sewbaransingh is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied Bedrijven in moeilijkheden en faillissement

Blogs over bestuurdersaansprakelijkheid

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten