Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Bedrijven in moeilijkheden en faillissement

Betalingsuitstelwet op komst

De minister voor Rechtsbescherming heeft op donderdag een voorontwerp ter internetconsultatie voorgelegd voor een Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020. De internetconsultatie, die bedoeld is om een ieder de gelegenheid te geven om commentaar te leveren voordat het wetgevingsproces begint, duurt slechts zeven dagen, tot 11 juni 2020. De toelichting geeft niet aan wanneer de wet in werking zou moeten treden, maar dat zal vermoedelijk zeer spoedig zijn. De wet zal in beginsel op 1 oktober 2020 alweer vervallen, maar de geldigheid kan tot kort voor het verstrijken van de termijn steeds met maximaal twee maanden worden verlengd. Gelet op de uitleg die de minister geeft voor de korte geldigheidsduur, lijkt zo’n verlenging nu ook al verwacht te worden.

In het kort

Het doel van de tijdelijke wet is om ondernemers te behoeden voor vermijdbare faillissementen en voor verhaalsacties van schuldeisers en om de economische schade als gevolg van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken. De wet geeft de rechter de mogelijkheid om de behandeling van faillissementsverzoeken aan te houden en andere verhaalsacties te schorsen.

Gevolgen van coronamaatregelen

Als gevolg van de coronamaatregelen van de overheid hebben veel ondernemers opdrachten verloren (o.a. de evenementenbranche en de reissector) of hebben zij moeten besluiten om de bedrijfsvoering geheel of gedeeltelijk stil te leggen (o.a. de horeca en de detailhandel). Gevolg is dat veel ondernemers in de komende periode in liquiditeitsnood dreigen te komen.

De overheid heeft daarom verschillende maatregelen genomen die de liquiditeitsproblemen van ondernemingen moeten verlichten. Daarnaast verlenen banken op grote schaal uitstel van betaling, zijn rechtbanken terughoudend bij de behandeling van beslagrekesten en faillissementsverzoeken en schorten deurwaarders beslagen op inboedel op. Ook veel marktpartijen zijn coulant, maar niet allemaal. Om te voorkomen dat één schuldeiser via een faillissementsverzoek of verhaalsactie een betalingsregeling frustreert en probeert ‘voor te dringen’ op de rest, komt de minister met dit voorontwerp. De regeling heeft wat weg van een tijdelijke versie van de afkoelingsperiode die is voorzien in de Wet homologatie onderhands akkoord, waarvoor het wetsvoorstel op dit moment bij de Eerste Kamer ligt en waarover wij eerder blogden.

Kern van de regeling

De regeling kent twee kernelementen: (I) de mogelijkheid van aanhouding van een faillissementsverzoek met maximaal zes maanden en (II) de mogelijkheid van schorsing van individuele executies of opheffing van beslagen.

Een ondernemer die geconfronteerd wordt met een jegens hem ingediend faillissementsverzoek, krijgt de mogelijkheid om de rechtbank te vragen om de behandeling van dat faillissementsverzoek aan te houden met maximaal twee maanden. De rechtbank kan deze termijn nog eens tweemaal met twee maanden verlengen.

De rechtbank zal een aanhoudingsverzoek – net als gebruikelijk is bij het faillissementsverzoek zelf – summierlijk toetsen en slechts toewijzen als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De schuldenaar maakt aannemelijk dat “hij verkeert in de toestand waarin hij uitsluitend of hoofdzakelijk als gevolg van de beperkende maatregelen die sinds 16 maart 2020 zijn afgekondigd in verband met de uitbraak van COVID-19-virus, tijdelijk niet in staat is om voort te gaan met het betalen van zijn schulden.” Er wordt van uitgegaan dat een dergelijke situatie zich voordoet als de schuldenaar informatie overlegt over zijn financiële positie waaruit blijkt dat hij voorafgaand aan de afkondiging van de beperkende maatregelen voldoende inkomsten had om zijn opeisbare schulden te voldoen en er sinds de afkondiging van die maatregelen sprake is geweest van een omzetverlies van ten minste 20%.
  • Het vooruitzicht bestaat dat de schuldenaar na verloop van de termijn van de aanhouding zijn schuldeisers weer zal kunnen bevredigen. Ook de verwachting van een betalingsregeling met de schuldeisers kan daaronder worden verstaan.
  • De schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, wordt door de aanhouding niet wezenlijk en onredelijk in zijn belangen geschaad.

Als de rechtbank de behandeling van het faillissementsverzoek aanhoudt, krijgt de schuldenaar automatisch uitstel van betaling van reeds opeisbare schulden jegens de schuldeiser die het faillissementsverzoek had gedaan. Zolang de aanhouding voortduurt, mag de schuldeiser de overeenkomst met de schuldenaar niet beëindigen, opschorten of ontbinden op grond van het reeds bestaande verzuim. Daarnaast kan de rechtbank bepalen dat de schuldeiser ook geen andere verhaalsacties mag uitoefenen.

Als het faillissement later alsnog zou volgen, kan de curator de tijdens de aanhouding verrichte betalingen niet, zoals gebruikelijk, vernietigen met een beroep op de faillissementspauliana van artikel 47 Faillissementswet. Ook het normale verrekeningsverbod van artikel 54 Faillissementswet is gedurende de tijd van de aanhouding niet van toepassing op ontvangsten en betalingen in het kader van de gebruikelijke kredietrelatie van de schulenaar met zijn bank. In de conceptmemorie van toelichting wordt erop gewezen dat dit niet wegneemt dat de ondernemer gedurende de aanhouding verkeert in een toestand van een dreigend faillissement en zich moeten richten op de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Als het faillissement toch volgt en blijkt dat de ondernemer in de aanloop van het faillissement één of meerdere specifieke schuldeisers heeft bevoordeeld ten nadele van de overige schuldeisers, is nog steeds denkbaar dat de curator transacties vernietigt op grond van artikel 42 Faillissementswet of bestuurders aansprakelijk stelt voor de daardoor ontstane schade.

Op dezelfde voorwaarden als gelden voor aanhouding van een faillissementsverzoek, kan een schuldenaar die wordt geconfronteerd met beslaglegging of met de executie van een zekerheidsrecht of beslag aan de voorzieningenrechter vragen om de executie te schorsen of het beslag op te heffen. Daarvoor is niet vereist dat er al een faillissementsverzoek aanhangig is. Wel is nodig dat de schuldenaar aantoont dat de schorsing of opheffing noodzakelijk is om zijn onderneming te kunnen voortzetten.

Tot slot

De voorgestelde regeling is zeer ingrijpend. Het ligt voor de hand dat daar het nodige commentaar op zal komen. Zo lijkt de ‘automatische straf’ dat de schuldeiser wiens faillissementsverzoek wordt aangehouden, zelf de overeenkomst met de schuldenaar niet zou mogen opschorten of ontbinden, disproportioneel. Ook de voorziening voor opheffing van beslagen kan onbedoelde, te verregaande effecten hebben; de mogelijkheid van ‘herleving’ van zulke beslagen lijkt niet erg doordacht. Artikel 4 van het voorontwerp bevat bovendien een typo. Belangrijk is ook dat niet is bepaald welke afweging de rechter moet maken aan wie wordt gevraagd een executie te staken. Voor de continuïteit van de onderneming van de schuldeiser kan het net zo noodzakelijk zijn dat de executie doorgaat als het voor de continuïteit van de onderneming van de schuldenaar noodzakelijk is dat de executie wordt gestaakt. Hoe zo'n botsing van belangen moet worden opgelost, wordt niet duidelijk. Het is misschien niet anders met noodwetgeving als deze, maar het is wel nodig dat voorafgaand aan de inwerkingtreding nog zoveel mogelijk onvolkomenheden worden gecorrigeerd.

Wij houden u op de hoogte van het wetgevingsproces en de aanpassingen die de komende weken in de regeling worden aangebracht.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs van Peter Bos

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten