Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Mediarecht

Ook bestuurlijke informatie op privé-telefoon nu Wob-baar!

Eind 2017 oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland dat ook informatie uit WhatsApp-, sms- en soortgelijke berichten op de zakelijke telefoon van overheidsdienaren onder de Wob vallen. Ook informatie uit die berichten kan dus worden opgevraagd met een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Dat was een juiste uitspraak, want ook dergelijke berichten zijn immers “neergelegd in documenten” als bedoeld in artikel 3 van de Wob. Een document is namelijk gedefinieerd als een “bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat” (artikel 1 onder a. Wob). En de rechtbank maakte ook de moderne stap om de aanwezigheid op de zakelijke telefoon te rangschikken onder “bij een bestuursorgaan berustend”.

Verder ging de rechtbank echter nog niet: berichten op een privé-telefoon werden niet “Wob-baar” geacht, omdat deze niet bij een bestuursorgaan zouden berusten. Dat was jammer, oordeelde ik destijds al, en bovendien discutabel. Want wat is nu praktisch gesproken het verschil tussen een telefoon waarvan het abonnement op naam van het overheidsorgaan staat en een telefoon waarvan de overheidswerkgever de kosten vergoedt? En eigenlijk zou ook daar de grens nog niet moeten liggen: informatie die zich waar dan ook onder een overheidsdienaar bevindt zou in beginsel via de Wob opvraagbaar moeten zijn.

Gelukkig werd de zaak in hoger beroep voorgelegd aan de Raad van State. En die heeft vandaag uitgesproken dat inderdaad óók informatie op de privé-telefoons van ambtenaren opvraagbaar is via de Wob. Wel balen voor het ministerie van VWS overigens, dat nu juist beroep had ingesteld omdat het de uitspraak over de zakelijke telefoon al te ver vond gaan. Wederpartij BTN (een organisatie in de thuiszorg) zag haar kans schoon en legde in incidenteel appel de kwestie van de privé telefoons voor om nog eens extra te kunnen scoren. Met succes dus.

De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de lijn van de rechtbank betreffende de “document” definitie. De aard van het materiaal speelt dus geen rol en de Afdeling wijst er bovendien op dat uit de parlementaire geschiedenis van de Wob blijkt: “dat de ontwikkeling van de computertechniek naar verwachting tot nieuwe gegevensdragers zal leiden”.

En in de kwestie “privé of zakelijk” gaat de Afdeling een duidelijke stap verder. De Afdeling wijst er allereerst op dat voor de vraag of de gevraagde documenten berusten bij het bestuursorgaan niet alleen de fysieke aanwezigheid van het document van belang is. Het document moet ook bestemd zijn voor het bestuursorgaan als zodanig, zo blijkt uit de Kamerstukken over de behandeling van artikel 3 Wob. De Afdeling vervolgt:
Hoewel deze passage ziet op de status van stukken van externe instanties is de Afdeling, anders dan de rechtbank, in lijn hiermee van oordeel dat zowel sms- en WhatsApp-berichten die staan op telefoons van bestuurders of ambtenaren met abonnement op naam van het bestuursorgaan (hierna: werktelefoons) als sms- en WhatsApp-berichten die staan op privételefoons van bestuurders of ambtenaren vallen onder de term "berusten onder" in de zin van de Wob, wanneer de inhoud van de berichten een bestuurlijke aangelegenheid betreft.”
[…]
In het geval van privételefoons zijn dergelijke berichten bestemd voor het bestuursorgaan als zodanig en behoren de berichten te berusten bij het bestuursorgaan. Dit verschilt namelijk niet van de situatie dat een ambtenaar een fysiek document (aangaande een bestuurlijke aangelegenheid) mee naar huis zou nemen. Omdat sms- en WhatsApp-berichten die bestemd zijn voor het bestuursorgaan maar op privételefoons staan bij het bestuursorgaan behoren te berusten, mag van het bestuursorgaan worden verwacht dat het al het redelijkerwijs mogelijke doet om deze documenten alsnog te achterhalen.” (nadruk toegevoegd, LB).

Duidelijke taal en juiste taal wat mij betreft. Dit is ontegenzeggelijk de bedoeling van de wetgever geweest. Je maakt een Wet openbaarheid van bestuur niet voor niets. Alle informatie die bestemd is voor het bestuursorgaan behoort daar onder te vallen, ook als deze zich (al dan niet toevallig) op een privé telefoon bevindt.

En de privacy van de ambtenaar dan? Ook daar is de Afdeling helder over: die is niet in het geding. Het gaat immers alleen om gegevens die betrekking hebben op een bestuurlijke aangelegenheid en bestemd zijn voor het bestuursorgaan.
En de Afdeling voegt hier terecht nog iets aan toe:
“De aard van sms- en WhatsApp-berichten kan meebrengen dat dergelijke berichten, in ieder geval indien gewisseld in het kader van intern beraad binnen de overheid, veelal persoonlijke beleidsopvattingen en daarmee verweven feiten zullen bevatten. Voor dit soort informatie bevat de Wob zelf beperkingen.”

Zo is het precies. Zo zijn daar bijvoorbeeld de diverse “relatieve weigeringsgronden” van Artikel 10 van de Wob, waaronder de bescherming van de belangen van de overheid zelf (onder b.) en (alsnog) de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (onder e.). En in het bijzonder is er Artikel 11 van de Wob, dat zelfs specifiek bedoeld is om de persoonlijke beleidsopvattingen van overheidsdienaren geheim te kunnen houden. Er blijft dus gelegenheid genoeg naar hartenlust de zwarte stift te hanteren.

En, zoals ik naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank destijds ook al opmerkte, natuurlijk hoeft niemand bij de overheid bang te zijn dat zijn of haar telefoon wordt opgevorderd en doorgespit. Wordt de ambtenaar echter zelf door zijn of haar leidinggevende gevraagd naar de documenten die hij/zij over de aangelegenheid onder zich heeft, dan moet ook de informatie uit de privé-telefoon worden verstrekt. Gebeurt dat niet, terwijl later blijkt dat die informatie er wel wás dan blijf ik een disciplinaire sanctie geïndiceerd achten.

Alles overziende: uitstekend nieuws voor onderzoeksjournalisten, actiegroepen en alle anderen die de overheid graag kritisch blijven volgen.
Dus, cliënten-onderzoeksjournalisten, zegt het waar nodig allen de Raad van State na:
“Omdat sms- en WhatsApp-berichten die bestemd zijn voor het bestuursorgaan maar op privételefoons staan bij het bestuursorgaan behoren te berusten, mag van het bestuursorgaan worden verwacht dat het al het redelijkerwijs mogelijke doet om deze documenten alsnog te achterhalen”
En zet er zelf gerust een uitroepteken achter.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Lex’ recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten