Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Omgevingsrecht

Geen schaarse rechten bij Windpark Zeewolde

In mijn eerdere blog besprak ik de conclusie van staatsraad-advocaat generaal Widdershoven, als bedoeld in artikel 8:12a Algemene wet bestuursrecht, van 6 juni 2018 inzake de vraag of ruimtelijke besluiten (bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen etc.) schaarse rechten toebedelen. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had deze conclusie gevraagd in het kader van een zaak over het Rijksinpassingsplan 'Windpark Zeewolde', waarmee 91 nieuwe windturbines worden gerealiseerd en 221 bestaande windturbines worden gesaneerd, uitgevoerd door één initiatiefnemer). De AG concludeerde kort samengevat dat planologische besluiten schaarste kunnen creëren, maar dat dit in beginsel niet betekent dat ruimtelijke besluiten ook besluiten zijn waarbij schaarse rechten worden toebedeeld.

In haar uitspraak van 19 december 2018 heeft nu ook de Afdeling geoordeeld dat het inpassingsplan 'Windpark Zeewolde' in stand kan blijven.

Ten aanzien van de vermeende schaarse rechten overweegt de Afdeling in r.o. 17.5 dat het Rijksinpassingsplan in artikel 5 weliswaar bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de windturbines slechts wordt verleend indien bij de aanvraag is aangetoond dat de te saneren windturbines op bepaalde data zijn verwijderd, hetgeen de uitvoering van het project door meer partijen niet eenvoudig maakt, maar dat uitvoering door meer initiatiefnemers niet is uitgesloten of verboden. Volgens de Afdeling creëert het Rijksinpassingsplan dan ook geen schaarste ‘anders dan de schaarste die kenmerkend is voor ruimtelijke plannen waarin een bepaald gebruik van de grond, in dit geval voor de bouw van een windturbine, beperkt is tot de daartoe bestemde locatie’. Kortom, de overheid verdeelt geen schaarse rechten: in dit geval hoeft dan ook niet aan de eisen voor schaarse besluiten te worden voldaan.

Ook de overige aangevoerde gronden tegen het Rijksinpassingsplan zijn volgens de Afdeling ongegrond. Zo overweegt de Afdeling dat het primair aan de ministers is om in het geval van verschillende bestuurlijke ambities daarover een keuze te maken (de ambitie van het Rijk om de komende jaren 15.000 woningen in zuidelijk Flevoland te bouwen zou volgens appellanten op gespannen voet staan met het inpassingsplan). Ook mochten de ministers een groter belang toekennen aan het opwekken van meer energie en de verbetering van het landschap in vergelijking tot het belang van eigenaren van bestaande windturbines die niet willen dat die worden afgebroken.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Dominique’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten