Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bestuurdersaansprakelijkheid

Reikwijdte artikel 2:11 BW

Recent heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de reikwijdte van artikel 2:11 BW. Dit artikel is van belang voor het met succes kunnen aanspreken van bestuurders van rechtspersonen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

Onder het Nederlandse recht is het mogelijk dat een rechtspersoon bestuurder is van een andere rechtspersoon. Om te voorkomen dat natuurlijke personen bestuurdersaansprakelijkheid eenvoudigweg kunnen omzeilen door een rechtspersoon bestuurder te laten worden, heeft de wetgever artikel 2:11 BW in het leven geroepen. Met behulp van deze bepaling is diegene die bestuurder is van de rechtspersoon-bestuurder eveneens hoofdelijk aansprakelijk indien de rechtspersoon-bestuurder met succes wordt aangesproken.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Er zijn verschillende grondslagen die kunnen leiden tot aansprakelijkheid van een bestuurder. Boek 2 BW bevat meerdere grondslagen, maar ook via artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) kan een bestuurder aansprakelijk zijn. In de literatuur was men het er al over eens dat artikel 2:11 BW van toepassing is op alle vormen van bestuurdersaansprakelijkheid die volgen uit Boek 2 BW. Gezaghebbende auteurs dachten echter verschillend over de vraag of artikel 2:11 BW kon worden ingezet bij bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW.

Lagere rechtspraak over reikwijdte artikel 2:11 BW

De vraag of artikel 2:11 BW geldt bij bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW stond centraal in een procedure voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In het arrest van 15 oktober 2013 oordeelde het hof dat daarvan sprake is. Het hof overweegt wel dat het in een dergelijk geval voor de hand ligt dat de aangesproken bestuurder persoonlijk een voldoende ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt. Het hof baseert zich hierbij op de norm voor bestuurdersaansprakelijkheid die volgt uit artikel 6:162 BW.

Hoge Raad

Op 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad bevestigd dat artikel 2:11 BW van toepassing is op bestuurdersaansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad. De Hoge Raad komt tot dit oordeel door te verwijzen naar de wetsgeschiedenis. Daaruit zou niet volgen dat met artikel 2:11 BW een beperking is beoogd tot toepassing op slechts een of meer wettelijke grondslagen van bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens de Hoge Raad is artikel 2:11 BW dus van toepassing in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet. In dat geval rust deze aansprakelijkheid ook hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder bestuurder is. Tot zover is de Hoge Raad het dus eens met het hof.

De Hoge Raad is het echter niet eens met de door het hof geformuleerde eis van een persoonlijk voldoende ernstig verwijt. De Hoge Raad hanteert op het eerste gezicht een lagere drempel aangezien hij overweegt dat ook sprake is van aansprakelijkheid zonder dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Wel benadrukt de Hoge Raad dat een aansprakelijke bestuurder deze aansprakelijkheid kan afwenden indien hij in staat is om te stellen en te bewijzen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Liselots recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten