Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Arbeidsrecht
Jolien Kraaijvanger, 02/04/2015

Wie betaalt de rekening als een werknemer de verkeerde brandstof tankt?

In een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart jl. gaat het over een werknemer, die als accountmanager werkzaam was. Hij was 60% van zijn werktijd te vinden bij klanten op verschillende locaties. De overige tijd werkte hij thuis of op kantoor. Op een gegeven moment tankte de werknemer benzine in plaats van diesel in zijn leaseauto, waardoor schade aan de auto ontstond. In een dergelijke situatie is het de vraag voor wiens rekening de schade komt, de werknemer of de werkgever.

Artikel 7:661 lid 1 BW bepaalt - voor zover hier van belang - dat de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever te dier zake niet jegens de werkgever aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Daarnaast kan uit de omstandigheden van het geval - mede gelet op de aard van de overeenkomst - anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald.

Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de schade is ontstaan bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. De schade ontstaan tijdens het woon-werkverkeer valt bijvoorbeeld niet onder artikel 7:661 lid 1 BW. In het onderhavige geval werd de rit van huis naar de vergadering (tijdens welke rit werd getankt) echter aangemerkt als ‘werk-werkverkeer', omdat de werknemer ook thuis werkte. In dat geval is wel aan artikel 7:661 lid 1 BW voldaan.

Een werknemer is in dat laatst geval slechts aansprakelijk indien de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Het Hof overweegt dat het tanken van benzine in plaats van diesel geen vooropgezet plan was, waardoor er geen sprake was van opzet. Voor het aannemen van bewuste roekeloosheid is het volgens vaste jurisprudentie vereist dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het schadebrengende voorval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedraging en dat hij dus besefte dat hij zich daarvan - in verband met de aanmerkelijke kans op verwezenlijking van het daardoor in het leven geroepen gevaar - had behoren te onthouden. In een uitspraak uit 2007 werd geoordeeld dat de werknemer bewust roekeloos had gehandeld, omdat hij de noodzakelijke onderhoudsbeurt(en) niet aan de leaseauto had laten verrichten. Hierdoor was er schade aan de motor van de auto ontstaan. Over het algemeen is echter niet snel sprake van bewuste roekeloosheid. Ook in het onderhavige geval wordt niet in die richting geoordeeld. Het Hof overweegt dat het tanken van de verkeerde brandstof kan gebeuren wanneer iemand auto rijdt. De werkgever had tijdens de comparitie van partijen ook aangegeven dat het vaker was voorgekomen binnen haar bedrijf. Mede op basis hiervan oordeelt het Hof dat het verkeerd tanken als een ‘domme' vergissing dient te worden aangemerkt.

Voorts overweegt het Hof dat als dit handelen al als roekeloos gedrag kan worden gekwalificeerd, het onvoldoende gebleken is dat de werknemer zich - voordat hij ging tanken - daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van deze gedraging. Al met al kwam de schade dus voor rekening van de werkgever.

Het is als werkgever van belang te realiseren dat het wel mogelijk is dat de hiervoor vermelde aansprakelijkheid op de werknemer wordt afgeschoven. Op grond van artikel 7:661 lid 2 BW is het immers mogelijk om ten nadele van de werknemer schriftelijk van het eerste lid af te wijken, voor zover de werknemer verzekerd is voor die schade. De werknemer was in het onderhavige geval niet verzekerd. De werknemer zal over het algemeen ook slechts verzekerd zijn voor de schade aan zijn eigen auto. Dit is van belang, omdat de werknemer ook zijn eigen auto kan gebruiken tijdens zijn werkzaamheden. De Hoge Raad heeft al geruime tijd geleden geoordeeld dat als er in dat geval schade ontstaat aan de auto, deze schade op grond van de redelijkheid en de billijkheid voor rekening van de werkgever komt, behoudens het geval dat deze is ontstaan door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Jolien Kraaijvanger is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied Arbeidsrecht

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten