Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Contracten
Rosemarie Franken, 18/07/2011

Betalingsadres nog geen derdenbeding

Ingevolge artikel 6:253 van het Burgerlijk Wetboek bevat een overeenkomst een derdenbeding indien de overeenkomst ertoe strekt een (niet bij de overeenkomst betrokken) derde een zelfstandig vorderingsrecht te verlenen jegens één van de partijen bij de overeenkomst. Onlangs heeft het Gerechtshof Amsterdam uitgemaakt dat van een derdenbeding geen sprake is als een derde partij slechts als 'betalingsadres' geldt.

De casus was als volgt. Rappange is een reclame-organisatie/adviesbureau. Rappange verricht sinds lange tijd in opdracht van Sama werkzaamheden door het plaatsen van reclameadvertenties. SVB is een mediabureau dat zendtijd inkoopt ten behoeve van haar klanten. Rappange had een samenwerkingsovereenkomst gesloten met SVB om media-advertenties te plaatsen. In opdracht van Rappange heeft SVB enkele werkzaamheden verricht voor Sama en daarvoor heeft zij rechtstreeks facturen aan Sama verzonden. Deze overeenkomst is gesloten tussen Rappange en Sama. Sama heeft enkele facturen onbetaald gelaten.

SVB vordert in dit geding betaling van de facturen en meent dat sprake is van een derdenbeding - en dus dat zij een vorderingsrecht heeft - omdat in de overeenkomst tussen Rappange en Sama staat aangegeven dat de mediafacturen door SVB zullen worden toegezonden: "Mediafacturen: SVB Rappange Advertising".

Naar het oordeel van het hof kan uit deze enkele zinsnede niet worden afgeleid dat Rappange een zelfstandig vorderingsrecht met betrekking tot de facturen aan SVB beoogde te verstrekken. De enkele omstandigheid dat SVB gerechtigd was om rechtstreeks facturen ter zake van de mediaplaatsingen aan Sama te versturen en betalingen hierop te ontvangen, brengt nog niet met zich mee dat er sprake is van een derdenbeding en dat SVB een zelfstandig vorderingsrecht toekomt.

Het hof overweegt nog ten overvloede dat in de rechtsverhouding tussen Rappange en SVB besloten zou kunnen liggen dat Rappange aan SVB een last heeft gegeven om op eigen naam (dus van SVB) haar vorderingen voor haar te innen (cessie ter incasso). SVB heeft hierover echter niets gesteld.

Duidelijk zal dus in een overeenkomst moeten worden opgenomen dat een derde recht heeft op een prestatie van één der partijen, wil de derde een vorderingsrecht hebben. Het enkel opnemen van een betalingsadres van de derde voldoet in ieder geval niet aan de voorwaarden voor een derdenbeding.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Rosemarie Franken is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied Contracten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten