Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Administrative Law

Onaanvaardbare doorkruising: arrest van Hof Arnhem-Leeuwarden

Recent heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen in kort geding waarin het leerstuk van de onaanvaardbare doorkruising is toegepast (ECLI:NL:GHARL:2022:3698). Een geslaagd beroep op dit leerstuk komt niet vaak voor, vandaar dat dit arrest een bespreking verdient.

De overheid gebruikt naast het publiekrecht ook privaatrechtelijke instrumenten om haar publieke doelstellingen te verwezenlijken. De vraag of en in hoeverre van het privaatrecht gebruik kan worden gemaakt, moet worden beantwoord met behulp van het in de rechtspraak ontwikkelde leerstuk van onaanvaardbare doorkruising.

Criteria afkomstig uit Windmill

De leer van de onaanvaardbare doorkruising, ook wel de doorkruisingsformule genoemd, komt op het volgende neer. Als voorvraag moet beoordeeld worden of de wet zelf een uitdrukkelijk antwoord geeft op de vraag of de privaatrechtelijke weg is toegestaan. In artikel 122 Woningwet is bijvoorbeeld het gebruik van het privaatrecht, denk aan het sluiten van overeenkomsten, voor de gemeente uitgesloten ten aanzien van onderwerpen waarin bij of krachtens het Bouwbesluit 2012 is voorzien.

Als het gebruik van de privaatrechtelijke weg niet wettelijk is uitgesloten, dan moeten volgens het bekende Windmill-arrest drie criteria worden toegepast om vast te stellen of gebruik van het privaatrecht door een gemeente is toegestaan. Indien dit niet het geval is, dan is er sprake van een onaanvaardbare doorkruising.

Het gaat daarbij om de volgende drie criteria:

  1. de inhoud en strekking van de betrokken regeling;
  2. de wijze waarop en de mate waarin in het kader van die regeling de belangen van burgers zijn beschermd;
  3. of de overheid door gebruikmaking van de publiekrechtelijke regeling een vergelijkbaar resultaat kan bereiken.

In de praktijk worden de criteria vaak gezamenlijk behandeld.

Doorkruising van de Huisvestingswet

In het door het Hof behandelde geval ging het om het volgende. Tussen een projectontwikkelaar en een gemeente was een overeenkomst gesloten. Het Hof heeft beoordeeld of er sprake is van een onaanvaardbare doorkruising ten aanzien van twee onderdelen uit artikel 5 van deze overeenkomst. Daarin was het volgende geregeld: onderdeel 1) prestaties ten aanzien van de woonruimteverdeling wat betreft de huurwoningen en onderdeel 2) criteria voor toedeling van de koopwoningen met daarin een voorkeur aan kandidaten met een binding aan de betrokken gemeente.

Aangaande het eerste onderdeel komt het Hof tot het oordeel dat de Huisvestingswet 2014 – anders dan de wetgeving die zij verving - beoogt een uitputtende publiekrechtelijke regeling te geven. Dit leidt het Hof af uit de parlementaire geschiedenis. Het doen uitvoeren van regelgeving en het maken van afspraken over te leveren prestaties met verhuurders op het gebied van de woonruimteverdeling zijn echter nog steeds mogelijk. Volgens het Hof is er dan ook van een onaanvaardbare doorkruising geen sprake.

Ten aanzien van het tweede onderdeel van artikel 5 oordeelt het Hof anders. Volgens het Hof heeft de wetgever met de Huisvestingswet gekozen voor een uitputtende publiekrechtelijke regeling waar het gaat om verdeling van woonruimte. Dit heeft als consequentie, dat de gemeente voor koopwoningen geen afspraken omtrent toedeling mag maken.

Conclusie

De afspraken ten aanzien van de prestaties inzake woonruimteverdeling van de huurwoningen is dus volgens het Hof geen onaanvaardbare doorkruising van de Huisvestingswet 2014. De afspraak met betrekking tot het toewijzen van woningen aan kandidaten met een binding met de gemeente past echter niet binnen de uitputtende regeling van de Huisvestingswet en levert dus wel een onaanvaardbare doorkruising op van de Huisvestingswet 2014. Dit betekent dat een bodemrechter in beginsel tot nietigheid van dit onderdeel van de overeenkomst zal concluderen.

Dit arrest betreft een kort geding waarin het Hof een voorlopig oordeel geeft. In een bodemprocedure kan dit nog steeds wijzigen. Wij houden deze ontwikkelingen in de gaten. Heeft u vragen over het bovenstaande, dan kunt u (vrijblijvend) contact opnemen met Sebastiaan Levelt (levelt@wieringa.nl of +31(0)20 5313 024).

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs over bestuursrecht

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten