Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Administrative Law

Nieuwe regels Huisvestingsverordening 2020 per januari 2021

Per 1 januari 2020 is de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 in werking getreden. Wij schreven hierover al meerdere blogs, o.a. over de gevolgen van deze nieuwe regelgeving voor het exploiteren van een Bed&breakfast (B&B) en over de gevolgen voor woningdelen. Per 25 mei 2019 is de Doelgroepenverordening in werking getreden. Over de gevolgen van deze verordening schreven wij ook een blog.

Het college van burgemeester en wethouders heeft het voornemen om de Huisvestingsverordening 2020 én de Doelgroepenverordening per 1 januari 2021 te wijzigen. In deze blog zullen wij een aantal relevante voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening 2020 uiteen zetten.

Registratieplicht
Een belangrijke voorgestelde wijziging is de invoering van de registratieplicht voor toeristische verhuur van woningen, deze gaat in op 1 januari 2021. Bij een registratieplicht kan een verhuurder niet langer vrijblijvend via bijvoorbeeld een digitaal platform (zoals o.a. Airbnb of Booking.com) zijn woning voor toeristisch gebruik aanbieden. Voordat dit mag, moet de verhuurder de gemeente op de hoogte brengen van het adres van desbetreffende woning. Met een registratieverplichting krijgt de gemeente inzicht in waar, door wie en welke woonruimte wordt aangeboden voor toeristische verhuur. En hiermee weet de gemeente waar toezicht en handhaving moet plaatsvinden. De registratie geldt voor alle woningen die tegen betaling voor verblijf worden aangebonden aan personen die niet als bewoners zijn ingeschreven bij de gemeente. Het maakt niet uit of de woning geheel wordt verhuurd (vakantieverhuur), voor een deel (B&B) of dat voor de woning een shortstay-vergunning is verleend. Registreren moet altijd, ook als er daarnaast een meldplicht en/of een vergunningplicht geldt.

Vergunningplicht
Naast de registratieplicht, is het college ook van plan om een vergunningplicht in te voeren voor vakantieverhuur. Dit instrument is volgens het college belangrijk omdat hiermee aanvullende regels kunnen worden gesteld om negatieve effecten op het gebruik van de woningvoorraad en de leefbaarheid tegen te gaan, die rekening houden met de specifieke situatie in Amsterdam. Zo kunnen er bijvoorbeeld regels worden ingesteld ten aanzien van het maximaal aantal gasten per woning en ook wordt de vergunning voor bepaalde tijd verleend, namelijk gedurende het kalenderjaar waarin de vergunning wordt aangevraagd en de eerste drie maanden van het kalenderjaar daarop.

Er geldt echter eerder, namelijk vanaf 1 juli a.s., ook al een vergunningplicht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 29 januari 2020 geoordeeld dat de gemeenteraad op grond van de Huisvestingswet geen bevoegdheid had om vrijstelling te verlenen van het verbod om zonder een vergunning een woonruimte te onttrekken. Dit betekent kort gezegd dat Amsterdam ten onrechte een vrijstelling bevatte voor vakantieverhuur. Wij schreven hierover ook een blog. Het is de bedoeling dat deze leemte in de wet wordt herstel met het wetsvoorstel ‘Wet toeristische verhuur van woonruimte’: in deze wet is o.a. de bevoegdheid voor gemeenten opgenomen om voorwaarden te stellen aan vakantieverhuur zonder dat daar een vergunning voor nodig is. Deze wet is echter nog niet in werking getreden. Tot die tijd wordt deze leemte in de Huisvestingsverordening 2020 hersteld met een zogeheten reparatieverordening door een vergunningplicht per 1 juli a.s. in te stellen voor vakantieverhuur. De vergunning die in dit kader wordt afgegeven is ook geldig voor de resterende tijd in het kalenderjaar waarin de vergunning is aangevraagd en de eerste drie maanden van het kalenderjaar daarop (dus bij aanvraag in 2020, is deze geldig t/m maart 2021, dan hebben vergunninghouders nog drie maanden de tijd om zich aan te passen aan de regels voor de vergunning die per 1 januari 2021 zullen gelden).

Woningvorming
Woningvormen is het verbouwen van een bestaande woonruimte tot meerdere zelfstandige woonruimten. Woningvormen heeft als gevolg dat de samenstelling van de woningvoorraad verandert en daarom wordt door het college voorgesteld dit alleen toe te staan bij grote woningen (minimaal 100 m2 groot (netto) en een zolder mag slechts worden meegerekend indien bereikbaar via een vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid). Voor woningvorming is al een vergunning vereist, dat blijft onveranderd.

Hogere boetes voor recidives
Het college heeft ook het voornemen om de Huisvestingsverordening zodanig te wijzigen dat een verhuurders die twee of meer woningen verhuren én binnen vier jaar dezelfde overtreding begaan, een hogere boete opgelegd kunnen krijgen (een zogenaamde recidiveboete). Dit om een afschrikkend effect te bewerkstelligen naar professionele verhuurders. Noemenswaardig is dat deze bevoegdheid nog niet bestaat op grond van de huidige Huisvestingswet, maar wordt gecreëerd met het eerder genoemde wetsvoorstel over toeristische verhuur. Het is dus maar de vraag of dit wetsvoorstel tijdig in werking treedt.

Op deze – en andere niet in deze blog besproken – voorgestelde wijzigingen van de Huisvestingsverordening kan t/m 17 juli a.s. worden gereageerd met een inspraakreactie. De planning is aldus dat de regelgeving per 1 januari a.s. wordt gewijzigd.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Actueel/column

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten