Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Employment Law

Hoe wordt beoordeeld of een cao van toepassing is?

De meeste werkgevers in Nederland zijn verplicht om zich te houden aan een collectieve arbeisdovereenkomst, of cao. In iedere cao staat beschreven op welke werkgevers de cao van toepassing is, en wel in de zogenoemde werkingssfeerbepaling. In deze blog zal ik eerst toelichten hoe beoordeeld wordt of een werkgever valt onder de werkingssfeer van een cao en ik zal vervolgens de Picnic- uitspraak van de rechtbank Amsterdam behandelen. Deze recente uitspraak is een goed voorbeeld van zo'n beoordeling.

De toepasselijkheid van een cao
De werkingssfeerbepaling is veelal te vinden in het eerste artikel van een cao. In deze bepaling hebben de cao-partijen vastgelegd op welke werknemers en werkgevers de cao van toepassing is. Meestal wordt de werknemer simpelweg beschreven als: ‘elke persoon in dienst bij de werkgever’. De werkgever wordt veelal beschreven door middel van een opsomming van bedrijfsactiviteiten die de werkgever uitvoert. In artikel 1 van de Supermarkt-cao is bijvoorbeeld vastgelegd dat de cao van toepassing is op ‘iedere natuurlijke of rechtspersoon, die één of meer winkels in de zin van deze overeenkomst exploiteert en werknemers in de zin van deze overeenkomst in dienst heeft’. In artikel 2 onder a wordt beschreven wat de cao-partijen verstaan onder het begrip ‘winkel’:

Iedere fysieke en virtuele inrichting waar overwegend een verscheidenheid aan verbruiksartikelen zoals: kruidenierswaren, zuivel en eieren, kaas, aardappelen, (…). Tevens iedere fysieke en virtuele inrichting waarin een kaasspeciaalzaak, delicatessenwinkel in de breedste zin des woords wordt geëxploiteerd, gespecialiseerde zuiveldetailhandel of supermarkten, levensmiddelenwinkels op recreatieparken.

In de praktijk ontstaan regelmatig discussies over of de bedrijfsactiviteiten van een werkgever overeenstemmen met de beschrijving die is opgenomen in een bepaalde cao. Of dit het geval is, moet worden beoordeeld aan de hand van de zogenoemde “cao-norm”. Dat betekent dat bij de uitleg van een bepaling uit een cao doorslaggevende betekenis moet worden gegeven aan de letterlijke tekst van de bepaling, en daarbij kunnen elders in de tekst opgenomen formuleringen worden betrokken.

De procedure bij rechtbank Amsterdam
Tussen FNV en Picnic bestond een discussie over of Picnic onder de werkingssfeer van de Supermarkt-cao valt. Zij kwamen hier niet samen uit, dus vorderde FNV in een procedure een verklaring voor recht dat Picnic onder de werkingssfeer van de cao valt en verplicht is om de cao toe te passen gedurende de periode waarin de cao algemeen verbindend is verklaard.

‘Picnic’ is een groep van verschillende vennootschappen, die elk verschillende activiteiten uitvoeren. FNV stelde dat alle vennootschappen gezamenlijk een online supermarkt exploiteren en deze verschillende activiteiten in samenhang bezien onder de werkingssfeer van de cao vallen. Om die reden zou de cao volgens FNV op in principe de hele Picnic-groep, en anders op tenminste een deel ervan, van toepassing zijn. Picnic was het hier niet mee eens. Volgens Picnic probeerde FNV ten onrechte de reikwijdte van de cao op te rekken en volgt uit de tekst van de cao dat een vennootschap alleen een ‘werkgever’ is in de zin van de cao, indien de vennootschap zélf een winkel exploiteert.

Rechtbank Amsterdam beoordeelde vervolgens aan de hand van de cao-norm of Picnic, althans een deel van de groep, onder de werkingssfeer valt. De rechtbank gaf FNV ongelijk en oordeelde dat niet uit de tekst van de cao blijkt dat het begrip ‘werkgever’ zo moet worden opgevat dat daaronder ook vennootschappen kunnen worden geschaard, die weliswaar zelf niet een winkel exploiteren, maar waarvan de activiteiten wel samenhangen met het exploiteren van een winkel door een andere vennootschap binnen een groep. De rechtbank concludeert dat het begrip ‘werkgever’ objectief bezien, moet worden uitgelegd als een vennootschap die zelf een winkel exploiteert in de zin van de cao. Hieruit volgde de conclusie dat slechts één vennootschap van de Picnic-groep onder de reikwijdte van de cao valt.

Afsluitend
De vraag of een werkgever wel of niet gehouden is om een bepaalde cao toe te passen, dient te worden beantwoord aan de hand van de tekst van de cao zelf. In de Picnic-uitspraak oordeelde rechtbank Amsterdam dat uit de letterlijke bewoording van de werkingssfeerbepaling van de Supermarkt-cao volgt dat de cao alleen van toepassing is op werkgevers die zélf een winkel exploiteren. Hierdoor was de cao niet van toepassing op de hele Picnic-groep, maar slechts op één vennootschap die tot deze groep behoort. Aangezien in iedere cao een andere werkingssfeerbepaling is opgenomen, kan uit deze uitspraak verder geen conclusies worden verbonden over de toepasselijkheid van cao’s op een groep vennootschappen in het algemeen. De Picnic-uitspraak is wel een duidelijk voorbeeld van hoe de cao-norm wordt toegepast en het belang van de letterlijke bewoording van de cao voor de toepasselijkheid ervan.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Kirstens recent blogs

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten