Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Zoning

Wetsvoorstel Aanvullingswet Grondeigendom aangeboden aan Tweede Kamer

Voorkeursrecht gemeenten op de schop

De Omgevingswet is nog volop in ontwikkeling, de inwerkingtreding is beoogd in 2021. Op 1 februari 2019 heeft de regering het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel wordt de Omgevingswet onder andere aangevuld met regelingen ten aanzien van onteigening, voorkeursrecht en inrichting landelijk gebied. In deze blog zal nader worden ingegaan op de regeling van het voorkeursrecht van gemeenten en de wijzigingen ten opzichte van de geldende regelgeving.

Het voorkeursrecht is een instrument welke door een gemeente gebruikt kan worden om grondposities binnen haar grondgebied veilig te stellen. Met bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het vooruitzicht, kan een gemeente anticiperen door op die gronden een voorkeursrecht voor aankoop van die gronden te vestigen. Na vestiging van een voorkeursrecht dient de eigenaar de gronden bij verkoop eerst aan de gemeente aan te bieden. De desbetreffende gronden kunnen pas aan derden aangeboden worden als de gemeente afziet van aankoop. De gemeente kan een voorkeursrecht vestigen indien dit wordt gerechtvaardigd door een algemeen belang.

In het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet wordt onder andere een wijziging aangebracht in de grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Deze dient nog altijd zijn oorsprong te vinden in het algemeen belang, maar ook (onder voorwaarden) in het omgevingsplan, de omgevingsvisie en het programma van die gemeente(art. 9.1).

De bevoegdheid tot intrekken van het voorkeursrecht zal bij het orgaan liggen dat de initiële beschikking heeft opgesteld, te weten de gemeenteraad (art. 9.5). Ook worden alle voorkeursrechten ingeschreven in openbare registers en verdwijnen daarmee de gemeentelijke beperkingenregisters; dit komt de kenbaarheid van de gevestigde voorkeursrechten ten goede.

In artikel 9.14 van het wetsvoorstel is opgenomen dat de eigenaar de grond gedurende 3 jaar aan derden mag verkopen indien na aanbieding van de grond door de eigenaar aan het bestuursorgaan deze van aankoop afziet, of niet tijdig tot aankoop besluit. Indien er op de gronden voor een periode van 5 jaar een voorkeursrecht gevestigd was en niet tot aankoop is besloten, dan wel na uitnodiging van de eigenaar niet tijdig daartoe is overgaan, vervalt het voorkeursrecht. Indien er sprake is van het vervallen of het intrekken van het voorkeursrecht, heeft het bestuursorgaan voortaan 3 jaar geen recht een nieuw voorkeursrecht te vestigen op hetzelfde perceel (art. 9.3 ), in de huidige Wet voorkeursrecht gemeenten is dit hervestigingsverbod 2 jaar (art. 9c).

De belangrijkste aanpassing is het zelfrealisatieverweer van de grondeigenaar (art. 9.11). Indien de verkrijger: 1. bereid en in staat is de toegedeelde functie waarvoor het voorkeursrecht was gevestigd te verwezenlijken; 2. concrete en op uitvoering gerichte voornemens heeft; en 3. de beoogde vorm van de ontwikkeling in lijn is met het omgevingsplan, zal de gemeente bepalen dat zij haar recht niet zal benutten. Hiermee wordt het bij voorkeursrechten mogelijk om een beroep te doen op zelfrealisatie door de verkrijger, dit is vergelijkbaar met het systeem zoals dat thans al geldt voor Onteigening.

Kortom, met de komst van de Omgevingswet zal de regeling omtrent het voorkeursrecht van gemeenten aardig op de schop gaan. Daarbij biedt met name het zelfrealisatieverweer voor verkrijgers kansen voor de markt. Waar onder de huidige wet grondeigenaars verplicht zijn bij verkoop de grond eerst aan de gemeente aan te bieden, is dat in het wetsvoorstel niet langer verplicht als de verkrijger aan de vereisten voor zelfrealisatie voldoet. Dit verbetert de positie van de verkopende grondeigenaar doordat hij eenvoudiger dan onder de huidige wet tot vervreemding aan een derde kan overgaan en hij het zelf in de hand heeft om een verzoek in te dienen bij het bevoegde orgaan tot instemming met de beoogde vervreemding aan een zelfrealisator, zonder dat de grond eerst hoeft te worden aangeboden aan de betreffende gemeente.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Franko’s recent blogs

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten