Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Zoning

Zoveelste wijziging PRV provincie Noord-Holland

En het wordt er niet duidelijker op

De provincie Noord-Holland werkt (wederom) aan een wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Het ontwerp van de gewijzigde PRV is te raadplegen op de website van de provincie.

Aansluiting op ‘ladder duurzame verstedelijking'

Een in het oog springende wijziging is dat het tot nog toe gehanteerde begrip ‘bestaand bebouwd gebied’ wordt vervangen door een regeling die zou moeten aan sluiten op het Besluit ruimtelijke ordening en de daarin vastgelegde ladder voor duurzame verstedelijking.

Hoe werkt de huidige regeling?

Het huidige PRV regelt kort gezegd dat buiten het ‘bestaand bebouwd gebied’ geen nieuwe stedelijke functies zijn toegestaan. Onder het ‘bestaand bebouwd gebied’ wordt verstaan: bestaande of op grond van een bestemmingsplan toegelaten woon- en bedrijfsbebouwing, uitgezonderd bebouwing op agrarische bouwpercelen en kassen. Op deze regel worden wel uitzonderingen gemaakt. Zo kunnen woningen buiten het ‘bestaand bebouwd’ gebied toelaatbaar zijn wanneer dit in overeenstemming is met de provinciale woonvisie en de woningbouw niet binnen bestaand bebouwd gebied ingepast kan worden.

Hoe werkt de beoogde nieuwe regeling?

Het begrip ‘bestaand bebouwd gebied’ wordt vervangen door ‘bestaand stedelijk gebied’, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 sub h. van het Besluit ruimtelijke ordening. Maar dit is niet de belangrijkste wijziging. De nieuwe PRV regelt kort gezegd dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken. Of de stedelijke ontwikkeling zich binnen of buiten bestaand stedelijk gebied voordoet maakt dus in zoverre niet uit. Ook stedelijke ontwikkelingen binnen een bestaand stedelijk gebied moeten straks dus ‘passen’ binnen de binnen de regio gemaakte afspraken.

Uit de toelichting bij de ontwerp PRV blijkt dat bij deze ‘binnen de regio gemaakte afspraken’ wordt gedacht aan een door de bestuurlijke regio vastgestelde regionale visie. Naar mijn mening kunnen in elk geval de volgende drie kanttekeningen worden geplaatst bij deze nieuwe systematiek.

Ten eerste is het criterium ‘binnen de regio gemaakte afspraken’ een lege huls. Uit de toelichting bij de ontwerp PRV volgt dat de provincie meent dat de ‘nut en noodzaak’ is aangetoond wanneer een bouwinitiatief in overeenstemming is met een dergelijke regionale afspraak, en daarmee dus invulling wordt gegeven aan de eerste trede van de ‘ladder duurzame verstedelijking’ (art. 3.1.6 lid 2 Bro). Dit lijkt me niet juist. Doordat het criterium ‘binnen de regio gemaakte afspraken’ niet inhoudelijk is, is niet uitgesloten dat een bouwinitiatief dat past binnen de regionale afspraken desondanks niet voorziet in een actuele regionale behoefte. En andersom.

Ten tweede is het vereiste van regionale afstemming een merkwaardige vorm van delegatie van een bevoegdheid c.q. een motiveringsplicht. Het wordt nu immers aan de bestuurlijke regio’s (zoals de regio Amstellland-Meerlanden) en dus aan de gemeenten die daarin zitting hebben overgelaten om ‘vast te stellen’ of sprake is van een actuele regionale behoefte. De vraag rijst of en zo ja in hoeverre de provincie Noord-Holland zelf nog invloed kan uitoefenen op dit proces. In elk geval komt het merkwaardig voor dat een initiatiefnemer voor een bouwproject nu afhankelijk wordt van besluitvorming van (en consensus binnen) een bestuurlijke regio. Dit lijkt de slagvaardigheid van ruimtelijke ordening niet ten goede te komen.

Ten derde vraag ik mij af of deze regeling iets toevoegt. Dat er overleg (en dus afstemming) moet plaatsvinden met relevante instanties (zoals gemeenten) is voor ruimtelijke besluiten al vastgelegd in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dat lijkt mij een veel betere en flexibelere manier om ervoor te zorgen dat besluiten goed worden afgestemd.

“In principe wordt de PRV één keer per jaar gewijzigd.”

Wie meent dat met deze wijziging voorlopig in elk geval duidelijk is waar men aan toe is, komt bedrogen uit. In de toelichting bij de PRV is te lezen dat deze verordening volgens de provincie ‘geen statisch document’ is. Volgens de provincie kan beleid van het Rijk en de provincie veranderen om in te kunnen spelen op ontwikkelingen met ruimtelijke impact. Op p. 2 van de toelichting staat zelfs: “In principe wordt de PRV één keer per jaar gewijzigd.”

Dat het ruimtelijk beleid van tijd tot tijd moet veranderen om in te kunnen blijven spelen op ruimtelijke ontwikkelingen is evident. Maar naar mijn mening gaat de provincie er hier aan voorbij dat een ruimtelijke verordening geen ‘beleid’ is. In de ruimtelijke verordening staan juridisch bindende regels omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor afwijkend gebruik (art. 4.1 Wro). De rechtszekerheid is er niet bij gebaat dat dergelijke verordeningen veelvuldig worden gewijzigd; laat staan dat het zelfs een voornemen is om dat jaarlijks te doen. De verordening bevat algemene regels en zou in beginsel wél statisch moeten zijn; het inspelen op de ruimtelijke ontwikkelingen dient naar mijn mening zoveel mogelijk te gebeuren via (bijvoorbeeld) beleidsregels en uitvoeringsregelingen.

De verwachting is dat de ontwerpwijziging op 28 november 2016 wordt besproken in de commissie Ruimte, Wonen en Water en op 12 december 2016 wordt behandeld in Provinciale Staten.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs van Silvan Boer

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten