Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht

Raad van State streng op de naleving van de taakstelling voor het plaatsen van vergunninghouders

Rekenmethodiek nu helder

De problematiek van de plaatsing van vergunninghouders (ook wel statushouders genoemd) heeft de gemoederen de afgelopen tijd behoorlijk bezig gehouden. Keuzes van lokale overheden om al dan niet over te gaan tot het plaatsen van vergunninghouders leidde vaak tot verschillend beleid per gemeente. De taakstelling om vergunninghouders te plaatsen, die trapsgewijs door de rijksoverheid via de provincie bij de gemeenten is neergelegd, werd niet altijd gehaald. Verschillende gemeenten probeerden middels allerlei constructies die taakstelling te vermijden. Het overhevelen naar andere gemeenten, het aanpassen van tijdskaders en het inzetten op specifieke doelgroepen vergunninghouders zorgde voor veel onregelmatigheden in het behalen van taakstellingen. Gedeputeerde Staten (GS) van de respectievelijke provincies houden toezicht op gemeenten wat betreft het voldoen aan de taakstelling. In die rol heeft zij volgens artikel 124 Gemeentewet de bevoegdheid om over te gaan tot indeplaatsstelling. Dat betekent dat GS in beginsel besluiten voor nalatige colleges van b & w kunnen nemen.

GS van de provincie Groningen hadden een dergelijk besluit ten aanzien van het college van b & w van de gemeente Delfzijl genomen. Daartegen heeft het college van b & w beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). In de uitspraak van 8 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2647) heeft de Afdeling dat beroep ongegrond verklaard.

Volgens het college van b &w hanteerde GS bij de berekening van de taakstelling een verkeerde rekenmethodiek. Het college van b & w hanteert als uitgangspunt dat een taakstelling eerst moet zijn afgerond voordat aan een volgende kan worden begonnen. In de eerste helft van 2016 was de taakstelling 30 vergunninghouders, er zijn er toen echter 12 geplaatst. Voor de tweede helft van 2016 was een nieuwe taakstelling van 30 vergunninghouders opgelegd en zijn er 18 vergunninghouders geplaatst. Volgens het college van b & w is daarmee aan de taakstelling voor de eerste helft van 2016 voldaan voor het einde van 2016. Het college van b & w meende dat de taakstelling voor de tweede helft van 2016 nog niet in was gegaan, voordat de taakstelling van het eerste halfjaar was afgerond. Zodoende zou GS niet bevoegd zijn tot het nemen van het indeplaatsstellingsbesluit over het eerste halfjaar van 2016..

GS hanteert een andere rekenmethodiek: de taakstelling dient gerealiseerd te worden in het half jaar wat ervoor staat. Na dat half jaar tellen nieuwe plaatsingen mee voor de nieuwe taakstelling. Pas als een taakstelling gehaald is, tellen extra plaatsingen mee om een eerdere achterstand in te halen. Wel geeft GS conform het eigen Beleidskader voldoende gelegenheid om de achterstand in te halen en gaat men niet gelijk over tot indeplaatsstelling. In het onderhavige geval hadden GS meermalen aangegeven dat het college van b & w haar taakstelling niet haalde en is haar gelegenheid geboden dit wel te doen voordat tot indeplaatsstelling werd overgegaan. GS hanteert dus de rekenmethodiek dat er in het eerste half jaar van 2016 12 vergunninghouders zijn geplaatst zodat er dus een achterstand is van 18 voor dat half jaar; voor de tweede helft van 2016 zijn er 18 vergunninghouders geplaatst en is er dus een achterstand van 12. Volgens GS is daarmee de taakstelling voor het eerste half jaar nog niet behaald en is er een achterstand van 18 die voort blijft bestaan.

De Afdeling heeft de knoop doorgehakt in lijn met de rekenmethodiek die GS hanteert. Daarmee wordt duidelijkheid gegeven voor gemeenten hoe om te gaan met hun taakstelling en wordt het omzeilen van taakstellingen tegengegaan. Immers, indien de lijn van het college van b & w gevolgd zou zijn, zou het voor gemeenten, die niet wensen te voldoen aan hun taakstelling, lonen om zo laat mogelijk te voldoen. Vlak voordat een provincie overgaat tot indeplaatsstelling zou dit proces steeds herhaald kunnen worden waardoor gemeenten blijvend niet voldoen aan hun taakstelling. Een college van b & w blijft dan achter de feiten aanlopen. Doordat de Afdeling nu heeft uitgesproken dat taakstellingen blijven staan in het halfjaar dat ze gehaald moeten zijn, is direct ná afloop van het betreffende halfjaar sprake van een achterstand en zijn GS bevoegd om de taakstelling af te dwingen. De praktijk leert dat GS van de verschillende provincies daartoe dus ook daadwerkelijk bereid zijn. Gemeenten zijn dus gewaarschuwd!

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Franko’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten