Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bedrijven in moeilijkheden en faillissement

Niet eens met slotuitdelingslijst? Verzetprocedure niet cassatieproof

De Hoge Raad heeft zich recent uitgelaten over de vraag welk juridisch pad een schuldeiser moet bewandelen indien hij of zij wil opkomen tegen de door de rechter-commissaris goedgekeurde slotuitdelingslijst in het faillissement. Omdat de goedkeuring van de slotuitdelingslijst door de rechter-commissaris moet worden beschouwd als een beschikking als bedoeld in artikel 67 van de Faillissementswet (hierna: Fw), kan de schuldeiser hier slechts tegen opkomen door hoger beroep in te stellen tegen deze beschikking, aldus de Hoge Raad.

Inleiding
In een faillissement toetst de curator de ingediende vorderingen aan de administratie van de schuldenaar en plaatst de vorderingen vervolgens op de lijst van voorlopige erkende schulden of de lijst van voorlopig betwiste schulden. Wanneer er voldoende actief is om een uitkering aan concurrente schuldeisers te doen, vindt er een verificatievergadering plaats, waarvoor alle bekende schuldeisers worden uitgenodigd. Tijdens deze vergadering worden de vorderingen definitief erkend dan wel betwist. Dit laatste kan door schuldeisers, de curator of de (bestuurder van) de schuldenaar worden gedaan. Wanneer een vordering tijdens de vergadering wordt betwist, zal de rechter-commissaris proberen alsnog tot een schikking te komen met de schuldeiser. Indien hij partijen niet kan verenigen, zal de vordering worden verwezen naar de renvooiprocedure, een procedure tussen de curator en de schuldeiser gevoerd voor de rechtbank. Wanneer alle vorderingen uiteindelijk zijn vastgesteld, maakt de curator een uitdelingslijst op. Als de rechter-commissaris de slotuitdelingslijst heeft goedgekeurd, ligt deze gedurende tien dagen ter inzage op de griffie van de rechtbank. Gedurende deze termijn kunnen schuldeisers in verzet komen tegen de uitdelingslijst (artikel 184 Fw).

De feiten
Wat speelde er in deze zaak? In het faillissement van A B.V. is op 4 september 2015 een verificatievergadering gehouden. Volgens het proces-verbaal van die vergadering heeft X “als middellijk bestuurder van gefailleerde” een vordering van een schuldeiser, B B.V. (hierna: B) betwist. Op 17 september 2015 heeft een voortgezette verificatievergadering plaatsgevonden. Uit het proces-verbaal daarvan blijkt dat de rechter-commissaris op die vergadering de vorderingen die voorkwamen op de lijst van voorlopig erkende schulden, waaronder de hiervoor genoemde vordering van B, heeft overgebracht naar de lijst van erkende schuldeisers. X heeft de rechter-commissaris bericht dat zij op 4 september 2015 heeft bedoeld als schuldeiser – en niet als middellijk bestuurder van gefailleerde – de vordering van B heeft willen betwisten en verzocht om de vordering naar de renvooiprocedure te verwijzen. De rechter-commissaris heeft laten weten geen aanleiding te zien de verificatievergadering te heropenen, nu het proces-verbaal zijns inziens een juiste weergave bevat van wat er is besproken.

Procedure
X is hierop in verzet gekomen tegen de uitdelingslijst. Nadat de rechtbank het verzet ongegrond heeft verklaard, stelt X (sprong)cassatie in. Daarbij voert zij aan dat de rechtbank ten onrechte geen acht heeft geslagen op de betwisting van de vordering van B door X als schuldeiser tijdens de verificatievergadering. De rechtbank had de zaak om die reden alsnog naar de renvooiprocedure moeten verwijzen.

De Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat niet is gebleken dat X haar verzet heeft gebaseerd op het feit dat zij tijdens de verificatievergadering de vordering van B als schuldeiser heeft betwist. Nu dit een stelling van feitelijke aard is – waar de Hoge Raad niet over oordeelt – kan dit middel niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad merkt daarbij op dat de beslissing van de rechter-commissaris om de vordering van B op de lijst van erkende schuldeisers te plaatsen, moet worden beschouwd als een beschikking in de zin van artikel 67 Fw. Tegen een dergelijke beschikking van de rechter-commissaris staat hoger beroep open, welk pad X in dit geval ook had moeten bewandelen. In een verzetprocedure kan niet van zo’n beslissing worden teruggekomen.


Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Sandrine’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten